Kachelzaak OverijsselKachelzaak GelderlandKachelzaak FlevolandKachelsjop HasseltKachelzaak FrieslandKachelzaak Groningen Kachelzaak Drenthe

 

 

 

Alles wat u moet weten over houtkachels!

Stooktips

Sommige kachels heten 'allesbrander'. Toch zijn ze alleen geschikt voor hout. De vakman spreekt daarom alleen over houkachels of houthaarden. (RTL artikel nieuws)

•Laat minimaal eens per jaar de schoorsteen van uw houtkachel vegen en controleren. Volg bij installatie of aanbouw de regels van het Bouwbesluit.
•Sluit bij een schoorsteenbrand direct de luchttoevoer naar de houtkachel of houthaard. Doof het houtvuur met zand. Gebruik geen water, dat kan ontploffingen geven.
•Maak de open haard of houthaard niet schoon met een stofzuiger. De stofzak is zeer brandbaar: één gloeiend stukje hout en de stofzuiger brandt.
•Gooi as uit open haard of houtkachel niet bij het groente- fruit- en tuinafval, maar bij het gewone huisvuil.
•Voorkom ophoping van schadelijke verbrandingsgassen en radongas: ventileer extra als u de houtkachel stookt in huis, zeker als u een mechanisch afzuigsysteem heeft.

Veilig vuur maken in houtkachels

Hoe eenvoudig het stoken van een open haard ook schijnen moge, toch vereist het veel voorzorgen, opmerking en nadenken, wanneer het er op aankomt het op voordelige wijze te doen’. Wist men al lange tijd geleden te vertellen. En dan ging het daarbij vooral om het koolstofgehalte, het waterstofgehalte en het zuur- en stikstof gehalte van de te gebruiken brandstof. Hout bestaat voor 49% uit koolstof, 6% uit waterstof en 45% uit zuur- en stikstof. Het gehalte van deze stoffen komt bij turf op 52% koolstof, 6%waterstof en 41% zuur- en stikstof. Bij kolen ligt het gehalte, van bruinkool tot antraciet 66-94 % koolstof, van 5 tot 2% waterstof en van 28 tot 3% stikstof en zuurstof. De verbrandingsproducten zijn dan koolzuur en water. Wanneer er niet genoeg lucht wordt toegevoerd, blijven kooldeeltjes onverbrand over en die zetten dan roet af. En de onverbrande stoffen, zoals minerale zouten, blijven als as achter.

Als u een vuur stookt in houtkachels, zijn er een paar dingen waar u op kunt letten voor de veiligheid. Stook liever niet als het mistig is of windstil. Rook en gassen verspreiden zich dan onvoldoende, daardoor kan overlast ontstaan en hopen verbrandingsgassen zich op (de schoorsteen trekt dan slecht, zie ook schoorsteen op orde).

Witte of kleurloze rook is een goed teken: hout verbrandt dan volledig in de houtkachel en heeft voldoende zuurstof. Grijze, grijsblauwe of zwarte rook wijst op onvolledige verbranding. Daarbij komen schadelijke stoffen vrij. Zorg dan voor meer luchttoevoer.

Vuur verbruikt veel zuurstof: een gesloten houtkachel heeft per uur vijftig kubieke meter lucht nodig, een open haard tot 250 kubieke meter. Zorg dus voor goede luchtaanvoer, via ventilatieroosters of een open raam.

Volg voor de juiste manier van luchttoevoer de stookvoorschriften van de fabrikant. Ventileren (ramen of ventilatieroosters openen) is hoe dan ook noodzakelijk.

Zeker in een goed geïsoleerde woning is het belangrijk om verse lucht aan te voeren via een aparte pijp direct uit de buitenlucht . De aanvoer van verse lucht verloopt in geïsoleerde huizen namelijk te traag. Dan kan onderdruk ontstaan, waardoor rook- en verbrandingsgassen de kamer inkomen, en lucht met radongas uit beton en kruipruimten wordt gezogen. Een open raam of ventilatierooster kan voldoende zijn; controleer dat tijdens het stoken.

Als de verbranding te hard gaat, kunt u bij gesloten houtkachels en houthaarden de onderste luchttoevoer iets temperen, of deurtjes voor de open haard sluiten. Teveel verse lucht kan oververhitting van de houtkachel veroorzaken. Blijf dus goed opletten hoe de kachel brandt.

Een (haard)vuur in houtkachels of houthaarden levert de minste schadelijke gassen op als er volledige verbranding plaatsvindt: met veel zuurstof (luchttoevoer) en onder hoge verbrandingtemperatuur. Goede luchttoevoer is hoe dan ook belangrijk, omdat ook bij volledige verbranding schadelijke stoffen vrijkomen.

Stappenplan vuur aanleggen in houtkachels

Voor de uitvinding van de zwavelstokken de lucifer zat men met het probleem, dat er eerst vuur gemaakt moest worden voordat de haard aangestoken kon worden. De mens bediende zich van vuurslag, het slaan van staal tegen vuursteen. De vonk werd dan opgevangen door een tondel, een linnen lap in een tondeldoos, die dan opvlamde.er schijnt in de oude tijden ook al gebruik gemaakt te zijn van brandglas met minstens aan 1 zijde een bolle vorm, waarop men zonnestralen dan loodrecht moest laten vallen. In elk geval staat vast, dat er in de 17e eeuw nog speciale brandglazen werden vervaardigd om er droog hout mee aan te steken.

Tegenwoordig is het heel wat gemakkelijker om de open haard aan te maken. De meest gangbare manier bestaat nog altijd in het aansteken van in elkaar gefrommelde kranten op de roosterbodem, waarop dan takken of aanmaakhoutjes worden gestapel.

Nog beter is het om die rechtop in het vuur te zetten en om er houtblokken omheen te groeperen.

De brandstof moet in elk geval luchtig opgestapeld zijn. De meer haastigen onder ons gebruiken bovendien nog spiritus of petroleum, en de meer lichtzinnigen zelfs benzine of gaspoken!

Benzine heeft men echter lang niet in de hand en gaspoken zijn zelfs levensgevaarlijk. In tal van plaatsen is het gebruik daarvan ook verboden.

Een nieuwe oplossing, voor het aanmaken van een haard vormen de speciale aanmaakblokjes, die je per stuk 20 minuten branden en het vuur voor weinig geld op gang brengen.

Met een blaaspijp of blaasbalg, een pook en een tang komt men verder een heel eind. Het is af en toe namelijk nodig om er wat lucht in te blazen of te pomp en om het vuur op te poken, zodat er lucht bij kan. Hoe verschillend de middelen zijn die door de mensen zijn gebruikt om zich licht en ook warmte te verschaffen, toch hebben alle dit met elkaar gemeenm dat zij van een hoofdbron afkomstig zijn.

Alle ontlenen zij de grondstof voor verwarming tenslotte aan het plantenrijk. Zo luidt een oude waarheid.

De tips:

Leg eerst kleine houtjes los op een paar proppen papier; steek dat aan.

•Gebruik nooit spiritus of andere vloeibare brandstoffen om de kachel aan te steken. Dit kan ontploffingen of steekvlammen geven.
•Leg daarna grotere stukken hout op het vuur. Stapel niet te veel hout tegelijk, maar vul regelmatig bij. Zo kan de kachel of open haard op volle capaciteit doorbranden.
•Stook het liefst met maximale luchttoevoer (ongesmoord), en stapel het hout niet te dicht op elkaar. Zo kan er voldoende zuurstof bij het vuur komen.
•Het doven van vuur veroorzaakt onvolledige verbranding en schadelijke gassen. Laat het vuur daarom zo lang mogelijk uitbranden.
•Laat vuur (‘s nachts) niet zachtjes nasmeulen. Doof het volledig met zand of sluit de luchttoevoer af. Bij nasmeulen vindt onvolledige verbranding plaats en ontstaan schadelijke gassen.